Posts tonen met het label fietsen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fietsen. Alle posts tonen

1 december 2017

Razende Ronald

"50 euro. Weg. Hoe kan dat nou? Vanochtend gepind en nu is het weg." Ik kijk opzij om de man die bij de stem hoort te bekijken. Maar er is geen tijd. Want het is groen, dus we moeten fietsen.

De man fietst schuin achter me en blijft praten: "God, wat zonde toch. Misschien heeft de fietsenmaker niet genoeg wisselgeld gegeven. Maar dat kan hij nu niet zien, zei hij. Daarvoor moet hij de kas opmaken. En dat is pas vrijdag."
De man babbelt door over zijn onheil. Ik ga langzamer fietsen en kijk hem eens aan: zwarte muts, redelijk hippe bril, grijs haar en een vriendelijk gezicht. Zijn accent is Haags, of Rotterdams. Sorry, maar ik kan dat nooit goed uit elkaar houden.

Omdat hij er niet als een halve zool uitziet, besluit ik wat sympathie te tonen. "Dat komt vast goed, met die 50 euro. Die is echt niet zomaar uit uw portemonnee gevallen hoor." De man gaat verder: "En ik heb het al zo druk vandaag. Ik ben al in Noord geweest, en in Oost om mijn computer weg te brengen. Want die deed het zo slecht. Ik werd er gek van. Terwijl de verbinding wel goed is hoor, maar hij deed de meest vreemde dingen. God, wat een drukke dag."

Ik ben ook druk en op weg naar een afspraak, maar blijf toch nog even naast deze wat aparte, maar niet onaardige man fietsen. "En het is zo koud, veel te koud om gitaar te spelen." Ik zeg: "Speelt u dan buiten gitaar?"
Ik heb zijn kern geraakt. Want de man gaat nog sneller en enthousiaster praten: "Ja Razende Ronald ben ik, muzikant, troubadour, singer/songwriter. Ik zing en speel ook gitaar, al jaren. Elke dag op de pont."

Precies op dat moment fietsen we langs de pontjes bij het station. Ronald moet mee en onze wegen scheiden zich. "Tot ziens op de pont misschien!" roep ik hem na.

Even Googelen en ik vind Ronald. Hier op een foto in het Parool.

25 oktober 2017

Fixie

Een grauwe ochtend. Toch steekt dit stalen paardje fel af tegen zijn grijze omgeving. Behalve de kleur, is ook de naam van dit fietsje vrolijk: fixie. Of nog leuker eigenlijk, en mag ook: fiksie. Een 'fixed-gear bike' heeft geen versnellingen en geen remmen. Het idee: back to basic voor het ultieme fietsgevoel. Mocht de eigenaar in zijn pure geluksmomentje met deze doortrapper op hol slaan, zie je 'm in ieder geval op tijd aankomen.

Geen versnellingen en geen remmen.

9 december 2015

Klaas

Dit is Klaas. Met zijn fiets - inclusief container aan de achterkant - heeft hij altijd zijn inboedel bij zich. Op het stuur wijzen een paar pluchen knuffels de weg. Zijn huis (lees: tent) staat op een veldje naast camping Zeeburg. Ik had hem al een paar keer verwonderd nagekeken toen ik hem de fiets over mijn plein zag duwen. Want fietsen, dat kun je er dus niet mee. Toen ik het gevaarte tegen een bankje zag staan, besloot ik het even op de foto te zetten. Klaas wilde ook graag op de foto, wel tegen een kleine bijdrage natuurlijk.

1 mei 2013

Een koninklijke fietstocht


Het waait flink op de dijk. Ik schakel een tandje terug om niet meteen stuk te gaan. Even rustig aan, zo na Koninginnedag.

Vóór mij rijdt een wat oudere dame: grijs hoog kapsel, rode parka, donkerblauwe broek en gymschoenen van het nette soort. Ze zit kaarsrecht, met de schouders iets opgetrokken. Als ik haar inhaal, draait ze juist haar hoofd naar rechts. En laat haar blik over de weidse polder dwalen. Nog vol van de kroning, en het afscheid, bedenk ik me dat het zomaar Beatrix zou kunnen zijn. En mijn fantasie slaat op hol.

Ik kijk of ik ergens een busje zie rijden, of beveiliging op de fiets. Niets van dat alles natuurlijk. Maar ik laat mijn gedachten hun gang gaan. En bedenk hoe Beatrix – ondanks de emotionele en lange dag van gisteren -  toch vroeg wakker is geworden. Hoe ze monter, maar rustig is aangeschoven aan het ontbijt. Bewust de kranten nog even links laat liggen. En zich na een paar happen van haar nog warme toast bedenkt om de zinnen even te verzetten. Met een fietstochtje.

Hoe ze zich  - zodra ze de oprijlaan van kasteel Drakensteyn verlaat – op slag stukken lichter voelt. 33 jaar lang wijdde ze haar leven aan volk en vaderland. Maar dat is na gisteren definitief voorbij. Afgerond. Afgelopen. Einde. Hoe flarden van de dag zich in haar gedachten aaneenrijgen: een oneindige ketting van beelden en woorden. Het applaus, háár applaus, de vele bedankjes, felicitaties en vluchtige gesprekken met genodigden. Het gemis. 

Hoe ze met elke pedaalslag het koningschap verder achter zich laat. Hoe ze een versnelling opschakelt. Nog een beetje harder gaat trappen. De neus in de lucht, diep inademend. De borst vooruit. 



14 juni 2012

Terug van Weggeweest

Ik ben Terug van Weggeweest. Van Ver Weggeweest. Van Heel Ver Weg. Van Afrika. Van Egypte, Soedan, Ethiopië, Kenya, Tanzania, Malawi, Zambia, Botswana, Namibië en Zuid Afrika. Ik heb gefietst; van Caïro naar Kaapstad, dwars door deze 10 landen heen. Met de wind in de haren, de vaak hete zon op mijn bol. Door woestijnen, bossen, bergen en dorpen. En langs mensen, heel veel mensen. Die mij allemaal vriendelijk en soms minder vriendelijk begroetten, met hun prachtige witte lach. Fietsen door Afrika. Ik zal het nooit vergeten.

En nu ben ik Terug. Terug in Nederland, Terug in Amsterdam. Waar ik fiets door de stad, met de wind in mijn haren en de zon op mijn bol. Door drukke straten, langs grachten en kanalen. En langs mensen, heel veel mensen. Die soms vriendelijk en soms minder vriendelijk zijn, vooral als het regent. Fietsen door Amsterdam. Maar in gedachten ben ik nog Weg. Ver Weg in Afrika.

Meer lezen over mijn Afrikaanse avonturen? Bekijk mijn blog Tour d'Afrique 2012.

Malawi.

24 september 2011

Oeverlandroute II

In 3,5 dag ben ik van Amsterdam naar Maastricht gefietst. Via de Oeverlandroute is dat op de kop af 350 kilometer. Een tocht met zon (bijna 30 graden), regen en (veel!) wind langs de bochtige en vaak ook lange, kaarsrechte wegen van ons vlakke landje. Maar ik ga je niet vermoeien met gedetailleerde verhalen over hoe het landschap eruit zag. Of over afgelegde kilometers en behaalde snelheden. Wel heb ik een paar lijstjes gemaakt. En natuurlijk nog wat leuke kiekjes.

Do’s
  • Zorgen voor een fiets mét versnellingen (zie stukje Oeverlandroute I).
  • Op tijd regelen waar je gaat overnachten. Het is crisis in Nederland mensen, maar ik heb een hele avond zitten bellen of ze alsjeblieft in Schoonrewoerd en Ohé en Laak (wie kent het niet?) nog een kamer vrij hadden.
  • Zorgen dat je telefoon met gps is opgeladen. Want hoe vind je anders die verstopte B&B in Ohé en Laak?
Dont’s
  • Met een neplederen jas door de regen fietsen. Je blijft wel droog, maar de jas weegt na een dag regen ongeveer 5 kilo.
  • Met een neplederen tasje door de regen fietsen. Je spullen blijven wel droog, maar je tasje weegt na een dag ongeveer even zwaar als je jas.
  • Met een fietsbroek onder je spijkerbroek fietsen. De laatste dag was ik deze combi zo beu, dat ik die broeierige fietsbroek in mijn fietstas had gelaten. Jammer dan voor mijn billen! En nee, alleen de fietsbroek was fashionwise geen optie.
  • Net de deur van je kamer opendoen als de gastheer die je vader zou kunnen zijn in een grote blauwe pyjama de trap op loopt.
  • Proberen het Limburgs dialect te verstaan.
  • Proberen het Limburgs dialect te verstaan en je er ook nog aan te ergeren.
Questions
  • Waarom is fietsen in Nederland vooral iets voor mensen met grijs haar en een Wehkamp outfit?
  • Hoe kun je fietsen in Nederland hip maken voor mensen zonder grijs haar en een Wehkamp outfit?
  • Waarom zijn de wegen boven de rivieren bochtig en die eronder veel meer lang en recht? En soms zo saaaaaaai.
  • Waarom loeien koeien eigenlijk?
  • Waarom is het voor mannen, vooral wielrenners, toch zo interessant dat een vrouw in haar eentje fietst?
Tijdens mijn volgende tocht ga ik eens nadenken over de antwoorden.

En nu? Werk aan de winkel!

















Mooi theehuisje aan de Vecht.

















Hollands fietspaadje.

















B&B in Schoonrewoerd.

















Zo tekende ik vroeger een molen. Met pad en hekje.

















Koeien in gesprek met de paarden aan de overkant.

















Saai....

















Ook saai.

















De herfstkleur van 2011: paars!

















Staat goed, toch?

















Rare jongens, die Limburgers.

















Maastricht. Mission: completed!

22 augustus 2011

Oeverlandroute

Fietsen via de Oeverlandroute van Amsterdam naar Sint Maartenszee. Dat was bepaald geen idyllische tocht. In de eerste plaats omdat ik me een rotje moest trappen op mijn omafiets. Wind tegen en geen versnellingen. Dat is gewoon hard werken. Kortom, ik had mijzelf goed overschat door zo’n simpele fiets te kiezen. Daarnaast had ik verwacht om mij onder te kunnen dompelen in het groen en de rust en ruimte om mij heen.

Natuurlijk waren er uitgestrekte groene velden, in vakjes gesneden door smalle slootjes. En de lange rechte polderwegen waar geen eind aan leek te komen. Maar tegelijk voerde de route ook langs veel bebouwing. Vaak mooi, net zo vaak lelijk. Of van lelijkheid toch mooi. En waren er veel dagjes- en vakantiemensen die ook aan het fietsen waren. Of meededen aan een wandeltocht. Of met de auto ergens heen moesten.

Allesbehalve uitgerust kwam ik aan op mijn eindbestemming. Maar saai was het geen moment geweest. Binnenkort ga ik de rest van de Oeverlandroute fietsen: van Amsterdam naar Maastricht. Nu nog de juiste fiets vinden.

Paar keer gemist.

















Muur in Amsterdam Noord.

















Boodschappen doen in Amsterdam Noord.

















Boomhut in Kadoelen.

















Zaanse Schans: op de foto.

















Blokkendoos.

















Zaandam.
Zonde.


















Polderweg naar Petten.

29 juni 2011

Mont Ventoux II

Afdalen. In tegenstelling tot mijn zwager ben ik er niet dol op. Je moet enorm goed opletten. Op gaten in de weg, losse stenen en scherpe bochten. Ook is het vermoeiend, al dat knijpen in je remmen. Waarbij me bovendien soms de angst bespringt dat mijn remkabel knapt en ik in het ravijn zal storten.

Bij het monument van Simpson stapt mijn zwager af: ‘Kom op, leuk, even een fotootje maken.’

Goed plan. Ik rem, stap af en steek over richting monument. ‘KIJK UIT! STOMME TRUT!’, klinkt het keihard. Ik schrik. De wielrenster scheert vlak achter mij langs. Was ik een seconde later overgestoken, dan was de vrouw met zo’n 60 km per uur vol op mij geklapt. Of ze had moeten uitwijken en was zo de afgrond in gereden (langs de weg zijn geen vangrails).

Mezelf vervloekend zet ik mij op de trap van het monument. Ik lach automatisch voor de foto, maar mijn hart gaat nog als een razende tekeer. Ik denk aan wat er had kunnen gebeuren. Ik had alleen koffie op, en niet zoals Simpson, amfetamine en een glas cognac. En nog was het bijna verkeerd met me afgelopen. Hard knijpend in mijn remmen zet ik de afdaling voort. Eenmaal beneden zien de lavendelvelden er nog mooier uit dan op de heenweg.

28 juni 2011

Mont Ventoux

De ‘mietjeskant’, zo wordt de beklimming van de Mont Ventoux vanaf het plaatsje Sault genoemd. Want het gemiddelde stijgingspercentage is slechts 4,4% – tot aan het laatste stuk door het maanlandschap, waar de hel voor iedereen losbarst. Dat stelt inderdaad weinig voor vergeleken met de ‘echte’ beklimming vanuit Bedoin (gemiddeld 9% tot aan het laatste stuk). Maar deze barre tocht hadden we vorig jaar al gedaan.

Het mag dan de watjesroute zijn, hij was wel erg mooi. En omdat we toch de toeristische route deden, vonden we dat we het ons ook wel konden permitteren om onderweg uitgebreid foto’s te maken. Van de dieppaarse lavendelvelden, van de schitterende uitzichten over het dal (het was helder en je kon echt ver kijken), maar natuurlijk ook van onszelf in actie (voor een scherp beeld reden we om de beurt in slow motion voor de camera langs). Kortom, het was een prima dagje uit. Het was niet al te warm en soms kregen we wat extra verkoeling van de mistralwind.
Plotseling doemde hij op, de top van de Mont Ventoux! Het gevreesde maanlandschap, waar Tom Simpson in ’67 de uitputtingsslag verloor en het leven liet. Ons fietstochtje was voorbij, voor ons lag de klim der klimmen. Waren we tot dan toe amper een wielrenner tegengekomen, nu stikte het ervan. We voegden ons bij de andere dwazen. Nu is gemiddeld 8,5% stijgen sowieso afzien, maar de mistralwind – die in het kale landschap alle ruimte had – maakte het afschrikwekkend zwaar. Had je de wind recht van voren, dan suisde hij om je hoofd en was het moeilijk je benen nog rond te krijgen. Pakte hij je plotseling in de flank, dan maakte je met fiets en al een flinke zwieper opzij.

Halverwege hield ik even halt om te wachten op mijn zwager. Een jongen in clubtenue trapte me voorbij. Ver voorover gebogen hing hij over zijn stuur. ‘Wat een kútwind!’, riep hij uit.

De laatste bocht, voor de top. Even voor de leken: verwacht boven geen finishstreep met vlaggen, slingers en spandoeken. Er is namelijk weinig feestelijks. Alleen een winkeltje met een paar kraampjes. Het bewijs van je bijna onmenselijke inspanningen is een paal met een bord ‘Sommet du Mont Ventoux 1910 m’ erop, waar de renners elkaar dan ook continu fotograferen. Maar het uitzicht maakt dit alles meer dan goed.

De top was bereikt! Nu begon onze volgende uitdaging: de afdaling. Of eigenlijk, mijn uitdaging.

[cliffhanger]

8 juni 2011

Duathlon

We parkeerden de auto in het dorp. De achterklep van de auto naast ons stond open. Een Française pakte haar frame uit de achterbak en zette het op de grond. Het zag er spiksplinternieuw uit. De vrouw had hoezen voor haar wielen, ze had een strak pakje aan, een flitsende sportieve zonnebril op haar neus. ‘Ai, je concurrente’, zei M. Ik begon ‘m stiekem een beetje te knijpen.

Om drie uur was de start. Ik had nog bijna een uur. Bij de inschrijfbalie heerste even verwarring. ‘Wat!? Heeft ze geen licentie?’, zei de dame achter de tafel. Na wat heen en weer gediscussieer was het opgelost. Ik was op speciale uitnodiging – onze huiseigenaar was de organisator van het evenement – dus was het goed. Wel moest de arts mijn fysieke gesteldheid nog even keuren. Met zijn stethoscoop luisterde hij op drie plekken naar mijn hart en vulde een verklaring in. Zo. Goedgekeurd.

Op een speciaal veldje kon ik mijn fiets en schoenen neerzetten. Maar niet voordat de official mijn helm had gekeurd (ik moest hem strakker zetten) en mijn arm en been met rode stift werden voorzien van een nummer. Ik zette mijn fiets tussen alle, zo leek het, enorm geavanceerde fietsen met dikke buizen. Die ik niet had. Ik zou me hierdoor niet uit het veld laten slaan. Dat materieel is alleen maar ter compensatie van een slechte conditie, hield ik mezelf voor.

Even was de spanning weg, tijdens het officiële fotomoment. Er werd een speciale tribune uitgeklapt waarop alle vrijwilligers en deelnemers moesten plaatsnemen. ‘Cickerikeeeeee’ riep iedereen, of iets wat erop leek, en de kiek was gemaakt. Verder met de mentale voorbereiding op de wedstrijd. Even werd de spanning weer doorbroken toen de speaker (onze huiseigenaar) mij via zijn microfoon voorstelde aan het publiek als de Hollandse schrijfster van twee boeken die hier op vakantie was en ter inspiratie vandaag meedeed aan het evenement.

Na de kinderhardloopwedstrijd, het praatje van de burgemeester en van de wedstrijdleiding konden we ein-de-lijk starten. De 4 kilometer hardlopen was een hel. Bergop en -af over de weg, maar ook over oneffen bos- en grindpaden. Het fietsen ging mij stukken beter af. In de eerste ronde van 18 km haalde ik zelfs een aantal deelnemers in. Het parcours had met flinke klimmen een zwaar begin en een zwaar einde. Halverwege de tweede fietsronde was mijn energie opeens op. Weg. De beklimming van de laatste heuvel was dan ook een beproeving.

Maar er was niets in mijn hoofd dat wilde opgeven. Ik moest en zou het afmaken. Tijdens het hardlopen moest ik een moment denken aan de Olympische Spelen van 1984, aan die marathonvrouw die gevaarlijk zwalkend de finishlijn haalde. Desnoods ga ik zo, dacht ik. Met mijn sukkeldrafje haalde ik een man in. Hij kon niet meer, hij liep. Na de laatste helling ging het steil naar beneden richting finish. Mijn lief stond te zwaaien, maakte een paar foto’s. Toen ik over de streep kwam, zag ik wat glinsteren in haar ogen. Ze was blij. En ik ook. Dolblij. Het hele dorp leek blij: Félicitations!

4 juni 2011

Filosofie van de heuvel

Een schrijver annex hippie en een Russische fotografe besluiten spontaan om van Leiden naar Rome te fietsen. Totaal onvoorbereid gaan ze op pad. En juist dat maakt het hele reisverslag zo boeiend. En dat de schrijver zo lekker schrijft. Hij neemt je mee die verschrikkelijke berg op, zet je met gemak tussen de norse Belgen in een dorpscafé of laat je dwalen door de smalle steegjes van Genua. Ik heb echt genoten van dit boek. En wat de filosofie van de heuvel nu is? Ook dat legt de schrijver haarfijn uit. En nu ga ik een stukje fietsen, door de heuvels.

2 juni 2011

Championnat

‘Do you want to participate?’, vroeg de eigenaar van ons vakantiehuis op onze aankomstdag. Hij had mijn twee fietsen gezien (‘I also have a Specialized’, waarbij hij twee duimen omhoog stak) en vroeg of ik wilde meedoen aan het ‘Championnat d’Aquitaine’. Een duathlon: 4 km hardlopen, 32 km fietsen en 4 km hardlopen. Door hem zelf georganiseerd ter ere van het Fête Annuelle voor de hele streek, de Aquitaine.

Voor ik het wist, zei ik: ‘Sure, why not?’ Nu ga ik dus meedoen aan dit regionale kampioenschap. Zondag. Ik moet nog wel even een stukje hardlopen, om te kijken of dat nog een beetje gaat. Want ik wil natuurlijk wel de snelste vrouw zijn. En die 100 euro winnen. Hoeveel flesjes lekkere Franse wijn zou je daarvan kunnen kopen?

P.S. Samen doen we mee aan het Repas Traditionnel. Een openluchtdiner met regionale dranken en gerechten voor de inwoners van het dorp en omgeving. Wordt vervolgd. Evenals mijn wedstrijdavontuur.

Lek

Ik stond in de berm, zo’n 8 kilometer van mijn eindbestemming vandaan. Ruim 40 kilometer had ik achter de rug. Over de heuvels had ik langs velden en bossen gefietst. Over strak geasfalteerde wegen. Maar ook over binnendoorweggetjes. Die me langs dorpjes van vaak niet meer dan vier boerderijen voerden. Koeien die me loom aanstaarden. Vaak lag er zand en grint op die weggetjes. Het resultaat: een lekke band. Erger nog: een lekke achterband.

Ik keek links en rechts de weg af. Het was stil, nul verkeer. Weinig kans op een behulpzame Fransman die dat arme fietsmeisje wel even zou helpen. In dit geval zat er dus niets anders op dan mijn fiets om te keren en dit varkentje zelf te wassen. Ik bekeek mijn achterwiel. Hoe krijg ik in godsnaam dat wiel eraf?, dacht ik bij mezelf. En vooral, hoe krijg ik het er samen met die ketting weer fatsoenlijk op? Stomme doos, zei ik. Mezelf vervloekend dat ik me er nooit in had verdiept hoe je een achterband verwisselt.

Ik besloot om de hulptroepen in te schakelen. De mobiele bereikbaarheid van het vakantiehuis was ongeveer nihil, dus zette ik alle middelen in. Ik stuurde een e-mail, een whatsapp-bericht en een sms. Zo. Ik zette mijn fiets weer op zijn wielen. Een sms-bericht terug, hulp was onderweg! Ok, nu dus wachten. Ik keek om me heen. Nutteloos blijven staan is ook zoiets. Zou ik misschien toch even het pompje proberen? Verrek! Het werkte. Ik stuurde snel een bericht dat hulp niet meer nodig was en fietste zo hard ik kon. Natuurlijk liep de band leeg, en moest ik pompen. Steeds vaker. Ik gaf het op. Dan maar lopen.

Tuut tuut! Daar was mijn hulp. Die was toch gekomen. Fijn! We legden de fiets achterin de auto en reden de heuvel op naar het vakantiehuis. Ik besloot om de band meteen te verwisselen. Ik had er een internetpagina bij gezocht om me te vertellen hoe het moest. Anderhalf uur deed ik erover. Wat een gedoe! Toch was ik best een beetje trots. Maar het record bandenwisselen zal ik wel nooit halen.

20 mei 2011

Spinning

‘Goedemorgen allemaal! En welcome to the house of pain. We gaan beginnen!’ De instructeur buigt zich voorover en pakt zijn fietsstuur vast. Zijn kale gebruinde hoofd glimt onder de gekleurde lamp. Ik zet mijn benen in beweging. De muziek is snel, ik kan het tempo amper bijhouden. ‘Vandaag gaan we werken, hard werken’, gaat de instructeur verder via zijn headset. ‘We doen een intervaltraining en dat betekent: calorieën verbranden!’

Het eerste nummer is voorbij. ‘OK mensen, draai maar aan! We gaan verder met een lange klim.’ Ik draai aan de knop. De weerstand op het voorwiel van mijn fiets wordt groter en mijn beentempo gaat omlaag. De instructeur vraagt ons elke minuut de knop aan te draaien. En dan om een sprintje te trekken. ‘Ga door, ga door, ga door’, schreeuwt hij. ‘Denk maar aan seks. Dat is ook gewoon doorgaan!’ En ik ga inderdaad door. Vooral om de gedachte aan deze kale man en seks zo snel mogelijk weer kwijt te raken. Hij stapt van zijn fiets af en gaat verder met schreeuwen: ‘Harder, sneller, zwaarder!’ Ik verklaar hem, en zeker mezelf, nu definitief voor gek. Maar ik ga door: harder, sneller, zwaarder.

De les is een grote afwisseling tussen klimmen, dalen, sprinten en korte adempauzes. Het zweet gutst van mijn voorhoofd en valt op de vloer onder mijn fiets. Gék ben ik, en zo zie ik eruit. Mijn haren plakken aan mijn voorhoofd. Mijn kleding is doorweekt. ‘Het laatste nummer!’, roept de instructeur. Eindelijk! Ik geef alles, pers mijn laatste beetje energie eruit. Doorgaan zal ik. Tot de muziek stopt en ik bijna van mijn fiets val. Mijn benen zijn leeg, mijn lichaam zwaar. Mijn hart klopt mijn borstkas uit.
Ik blijf voorover zitten en hap naar adem. Ik probeer een slok water te nemen, maar die loopt half langs mijn mond.

Dan wordt langzaam maar zeker mijn ademhaling weer normaal. Het gevoel in mijn benen is terug. Een stoot adrenaline explodeert in mijn hoofd. ‘Bedankt allemaal en fijne avond!’, sluit de instructeur af. En ik denk: morgen weer!

2 mei 2011

De stad uit!

‘Pas op!’ Een man op een mountainbike passeert. Ik sta met mijn fiets in de hand boven op een dijk, naast het fietspad. Even ervoor lag ik nog op een smalle steiger. Er lag geen bootje bij. De eigenaar had waarschijnlijk het mooie weer aangegrepen om een tochtje te maken. Zoals ik dat vanochtend in een opwelling had gedaan. In mijn oude kloffie, op slippers en met een flesje zonnebrand in mijn tas, ben ik op mijn fiets gesprongen. Om weg te gaan, de stad uit. De dijk langs het IJmeer had me naar de kleine steiger op het water geleid. Ik was erop gaan liggen en had met mijn ogen dicht naar het klotsende water onder mij geluisterd. Genietend van de zon die mijn gezicht en armen verwarmde en van de wind die door mijn haren woelde. En nu stond ik dus weer boven op de dijk. Door de fietser in één keer uit mijn korte dagdroom ontwaakt. Ik hijs me terug op mijn fiets en trap in een rustig tempo verder. Ik heb de neiging om te hard te fietsen. Dat probeer ik nu eens niet te doen.

Nudist
‘Halloooo.’ Weer mensen. Dit keer is het een clubje gepensioneerde mannen met racefietsen. Ze halen me een voor een in. Allemaal zijn ze gehuld in hetzelfde strakke tenue dat hun flinke buiken nog eens benadrukt. ‘Dag’, zeg ik. Ik kijk het groepje na. En laat mijn blik vervolgens wegdwalen over de vlakke polder en over het IJmeer. Ik kijk naar de blauwe lucht: deze dag is van mij, denk ik en ga nog langzamer fietsen. Aan mijn rechterzijde, de kant van het IJmeer, lijkt het water steeds helderder te worden. Ik ontwaar een strandje, met spierwit zand. Dan stuiten mijn ogen op de gebruinde blote billen van een nudist. Zijn kale hoofd glimt in de zon. Automatisch wend ik mijn blik snel terug naar de weg. Die slingert verder over de dijk en ik nader een camping. Grenzend aan weer zo’n wit strandje. Er zitten twee forse dames, in badpak. De een smeert de rug in van de ander. Ha! Dus ook niet-nudisten weten de mooie plekjes te vinden. Gelukkig.

Oversteek
Voor mij strekt zich een rechte weg dwars door het water uit; de Zeedijk naar Marken. Daar heb ik altijd al eens een kijkje willen nemen en ik besluit de oversteek te maken. Het aanzicht is prachtig. De groene huisjes steken fris af tegen de blauwe lucht. Bij de entree van het dorp is een groot stuk grasland waar schapen en lammetjes grazen. Als ik het dorp in fiets zie ik dat er flink wat toeristen zijn. Daarom besluit ik het centrum te omzeilen en de volgende afslag te nemen. Ik heb dorst en ook trek. Ik parkeer mijn fiets voor een souvenirwinkel en stap naar binnen. In tegenstelling tot wat ik verwacht is de eigenaresse alleraardigst. Blijkbaar ben ik te veel gewend geraakt aan de onvriendelijkheid in Amsterdam. Ik reken af: een flesje water en een Kitkat. Vanaf mijn terrasstoeltje observeer ik een groepje toeristen. Russisch, of Pools, of in ieder geval iets uit het Oostblok. Wat zouden die vinden van al deze lieflijkheid? En zou die mevrouw van het winkeltje ook zo aardig tegen hen doen?, vraag ik me daarbij af.

Apart
Ik besluit om toch iets verder het dorp in te fietsen. Een oudere man in geruit overhemd hangt ontspannen over een hek en is in een gesprek met een leeftijdgenoot. Ze kijken niet echt naar me op. Twee dames zijn een auto aan het uitladen. Ook zij gaan ongestoord verder. Ondertussen kijk ik om me heen. Smalle straatjes scheiden de huizen van elkaar. Als je tussen de huizen door kijkt, zie je het omringende grasland. Wat lijkt het me apart om hier te wonen. Omdat iedereen elkaar hier waarschijnlijk kent. Maar ook vanwege de toeristen die continu langs je huis trekken en naar binnen loeren. Het maakt me toch een beetje ongemakkelijk en ik stuur richting ‘uitgang’; een bruggetje dat uitkomt op een drukke parkeerplaats.  Ik leg dezelfde weg af over de dijk. Het water van de Gouwzee schittert zo erg, dat het  lijkt te willen zeggen dat het ook blij is met deze zonnige dag. Ik zuig het uitzicht in me op. Mijn pedalen brengen me verder. Vlak voor Monnickendam sla ik af, en duik de polder weer in. Smalle sloten verdelen het grasland in rechte stukken. Ik fiets verder op gevoel, terug richting Amsterdam. Bij de sloot naast de weg zit een vogeltje met een gekke kuif. Hoe heet die ook al weer? Dan zie ik ook een paar dikke karpers over elkaar heen buitelen. Even verderop wacht een reiger rustig af.

Drukte
Langzaam voel ik dat Amsterdam dichterbij komt. Ik kom meer mensen tegen; hardlopend of fietsend, al dan niet met een koffertje achterop. Het is vijf uur en spitstijd. Voor de Schellingwouderbrug staat een lange file. Ik probeer de uitlaatdampen van de auto’s niet in te ademen, wat de beklimming van de brug niet gemakkelijk maakt. Ik merk dat ik snel naar huis wil, in ieder geval weg uit deze drukte. Het stoplicht na de brug staat op rood, en dat blijft het ook erg lang. Een man wordt ongeduldig, vloekt en besluit door rood te fietsen. Een domme beslissing, want hij wordt net niet geschept door een tram. We mogen oversteken en een andere fietser spreekt de man op gemoedelijke toon aan: ‘Je kunt beter rustig doen, ook voor je eigen veiligheid.’ De boodschap komt niet aan en de ongeduldige man reageert agressief. Op dat moment besluit ik dat ik vaker een fietstocht ga maken. Even de stad uit, om los te raken van mijn eigen ongeduld. En me niet te laten afleiden door de drukte om me heen. Gelukkig zijn er nog veel meer bruggetjes, dijken en plaatsjes rond Amsterdam waar ik nog niet heb gefietst!