24 september 2011

Oeverlandroute II

In 3,5 dag ben ik van Amsterdam naar Maastricht gefietst. Via de Oeverlandroute is dat op de kop af 350 kilometer. Een tocht met zon (bijna 30 graden), regen en (veel!) wind langs de bochtige en vaak ook lange, kaarsrechte wegen van ons vlakke landje. Maar ik ga je niet vermoeien met gedetailleerde verhalen over hoe het landschap eruit zag. Of over afgelegde kilometers en behaalde snelheden. Wel heb ik een paar lijstjes gemaakt. En natuurlijk nog wat leuke kiekjes.

Do’s
  • Zorgen voor een fiets mét versnellingen (zie stukje Oeverlandroute I).
  • Op tijd regelen waar je gaat overnachten. Het is crisis in Nederland mensen, maar ik heb een hele avond zitten bellen of ze alsjeblieft in Schoonrewoerd en Ohé en Laak (wie kent het niet?) nog een kamer vrij hadden.
  • Zorgen dat je telefoon met gps is opgeladen. Want hoe vind je anders die verstopte B&B in Ohé en Laak?
Dont’s
  • Met een neplederen jas door de regen fietsen. Je blijft wel droog, maar de jas weegt na een dag regen ongeveer 5 kilo.
  • Met een neplederen tasje door de regen fietsen. Je spullen blijven wel droog, maar je tasje weegt na een dag ongeveer even zwaar als je jas.
  • Met een fietsbroek onder je spijkerbroek fietsen. De laatste dag was ik deze combi zo beu, dat ik die broeierige fietsbroek in mijn fietstas had gelaten. Jammer dan voor mijn billen! En nee, alleen de fietsbroek was fashionwise geen optie.
  • Net de deur van je kamer opendoen als de gastheer die je vader zou kunnen zijn in een grote blauwe pyjama de trap op loopt.
  • Proberen het Limburgs dialect te verstaan.
  • Proberen het Limburgs dialect te verstaan en je er ook nog aan te ergeren.
Questions
  • Waarom is fietsen in Nederland vooral iets voor mensen met grijs haar en een Wehkamp outfit?
  • Hoe kun je fietsen in Nederland hip maken voor mensen zonder grijs haar en een Wehkamp outfit?
  • Waarom zijn de wegen boven de rivieren bochtig en die eronder veel meer lang en recht? En soms zo saaaaaaai.
  • Waarom loeien koeien eigenlijk?
  • Waarom is het voor mannen, vooral wielrenners, toch zo interessant dat een vrouw in haar eentje fietst?
Tijdens mijn volgende tocht ga ik eens nadenken over de antwoorden.

En nu? Werk aan de winkel!

















Mooi theehuisje aan de Vecht.

















Hollands fietspaadje.

















B&B in Schoonrewoerd.

















Zo tekende ik vroeger een molen. Met pad en hekje.

















Koeien in gesprek met de paarden aan de overkant.

















Saai....

















Ook saai.

















De herfstkleur van 2011: paars!

















Staat goed, toch?

















Rare jongens, die Limburgers.

















Maastricht. Mission: completed!

22 augustus 2011

Oeverlandroute

Fietsen via de Oeverlandroute van Amsterdam naar Sint Maartenszee. Dat was bepaald geen idyllische tocht. In de eerste plaats omdat ik me een rotje moest trappen op mijn omafiets. Wind tegen en geen versnellingen. Dat is gewoon hard werken. Kortom, ik had mijzelf goed overschat door zo’n simpele fiets te kiezen. Daarnaast had ik verwacht om mij onder te kunnen dompelen in het groen en de rust en ruimte om mij heen.

Natuurlijk waren er uitgestrekte groene velden, in vakjes gesneden door smalle slootjes. En de lange rechte polderwegen waar geen eind aan leek te komen. Maar tegelijk voerde de route ook langs veel bebouwing. Vaak mooi, net zo vaak lelijk. Of van lelijkheid toch mooi. En waren er veel dagjes- en vakantiemensen die ook aan het fietsen waren. Of meededen aan een wandeltocht. Of met de auto ergens heen moesten.

Allesbehalve uitgerust kwam ik aan op mijn eindbestemming. Maar saai was het geen moment geweest. Binnenkort ga ik de rest van de Oeverlandroute fietsen: van Amsterdam naar Maastricht. Nu nog de juiste fiets vinden.

Paar keer gemist.

















Muur in Amsterdam Noord.

















Boodschappen doen in Amsterdam Noord.

















Boomhut in Kadoelen.

















Zaanse Schans: op de foto.

















Blokkendoos.

















Zaandam.
Zonde.


















Polderweg naar Petten.

29 juni 2011

Mont Ventoux II

Afdalen. In tegenstelling tot mijn zwager ben ik er niet dol op. Je moet enorm goed opletten. Op gaten in de weg, losse stenen en scherpe bochten. Ook is het vermoeiend, al dat knijpen in je remmen. Waarbij me bovendien soms de angst bespringt dat mijn remkabel knapt en ik in het ravijn zal storten.

Bij het monument van Simpson stapt mijn zwager af: ‘Kom op, leuk, even een fotootje maken.’

Goed plan. Ik rem, stap af en steek over richting monument. ‘KIJK UIT! STOMME TRUT!’, klinkt het keihard. Ik schrik. De wielrenster scheert vlak achter mij langs. Was ik een seconde later overgestoken, dan was de vrouw met zo’n 60 km per uur vol op mij geklapt. Of ze had moeten uitwijken en was zo de afgrond in gereden (langs de weg zijn geen vangrails).

Mezelf vervloekend zet ik mij op de trap van het monument. Ik lach automatisch voor de foto, maar mijn hart gaat nog als een razende tekeer. Ik denk aan wat er had kunnen gebeuren. Ik had alleen koffie op, en niet zoals Simpson, amfetamine en een glas cognac. En nog was het bijna verkeerd met me afgelopen. Hard knijpend in mijn remmen zet ik de afdaling voort. Eenmaal beneden zien de lavendelvelden er nog mooier uit dan op de heenweg.