25 november 2011

De Afrikaanse weg


Honger, oorlog, ziekte, overstromingen en andere ellende. Dat is toch vooral het nieuws dat we over Afrika krijgen. In het boek 'de Afrikaanse weg' reist journalist en filmmaker Ton van der Lee van Kaapstad naar Cairo. Zijn persoonlijke missie: een plek vinden voor zichzelf. Een plek waar hij zich thuis zal voelen. Maar hij heeft ook een hoger doel: oplossingen vinden voor Afrika. Oplossingen van de gewone mensen, niet van professoren en politici. 

Zijn eigen plek weet de rusteloze Van der Lee niet te vinden. Wel een aantal zinvolle antwoorden, van gewone en tegelijk bijzondere mensen. Wij westerlingen lijken het continent in ieder geval niet verder te brengen. Hoe goed onze bedoelingen ook zijn. We maken landen afhankelijk, en grissen grondstoffen weg die we aan diezelfde landen weer verkopen. Stuitend. Daarnaast heeft het toerisme en de macht van het geld een vernietigende uitwerking op de oorspronkelijke bevolking en op de natuur.

Toch is Van der Lee positief over de Afrikaanse toekomst. Die zit namelijk in de mensen zelf. En in hun tradities, die vaak ver afstaan van ons westerlingen. “Het is alleen nog een kwestie van tijd voor Afrika zichzelf zal durven te zijn en kracht zal weten te putten uit zijn eigen identiteit.” Ik help het hem hopen, heel erg.

Ook als je niet – zoals ik – 4 maanden door Afrika gaat reizen, zal dit boek je grijpen. Al was het maar omdat  je nu eindelijk ook meer gaat begrijpen van dit mysterieuze continent.

11 november 2011

11-11-11


Vandaag heb ik in Amsterdam een stukje Brabant ontdekt. Een stukje van het dorp waar ik getogen ben. En het staat gewoon bij mij om de hoek, in het park. Al jaren zelfs, maar ik had het tot nu toe helemaal niet gezien.

Het is een beeld van een bokkenrijder. De bokkenrijders waren een middeleeuwse club dieven en plunderaars, die heel Brabant onveilig maakten. Wat dit met mijn oude dorp te maken heeft? Met carnaval krijgen alle steden en dorpen een andere naam. Mijn oude dorp heet dan Bokkendonk. Tada! Zie daar de connectie met de bronzen bokkenjongen in het park.

En laat het nu vandaag toch 11-11-11 zijn. Gekkenhuis! In Brabant dan. Want daar barst vandaag het carnavalsseizoen los. Voor wie van boven de rivieren komt, zal het een worst wezen. Maar ik krijg bij het woord alleen al een kleine kriebel in mijn buik. Aangewakkerd door visioenen van cafés en straten vol met blije mensen, die meedeinen op de hoempapamuziek, uitgedost in alle kleuren van de regenboog, proostend op het leven en op elkaar. 

De bokse rijder in het park kijkt triest. En zijn rijdier trouwens ook. Alsof ze zich toch niet helemaal op hun plek voelen, in dit park in Amsterdam. De afgelopen tijd maakte ik er af en toe een wandeling. Omdat ik me ook even niet zo lekker voelde, hier in Amsterdam. Die grote stad. Waar alles kan en alles mag. Waar je je groot, maar soms ook heel klein kunt voelen.

En dan komt ook het verlangen even terug. Naar het oude en vertrouwde. Naar vroeger. En vandaag, naar het mooie feestje carnaval. Waar alles kan en alles mag. Want je kunt het meisje wel uit Brabant halen, maar je krijgt Brabant niet uit het meisje. Alaaf!



28 oktober 2011

10 Tips voor communicatie over "de woekerpolis"

De kranten hebben er bol van gestaan: verzekeraars hebben woekerpolissen verkocht. Oftewel, polissen met hoge (verborgen) kosten. Maar de verzekeraars gaan hun leven beteren: klanten die te veel hebben betaald krijgen een vergoeding en betere producten. Een complex traject, dat vraagt om voorzichtige communicatie. Want verzekeraars die goed communiceren? Daar geloven klanten niet meer in.

Bijna elke verzekeraar heeft met consumentenstichtingen afspraken gemaakt over de maximale kosten in beleggingsverzekeringen. Heeft een verzekeraar te veel kosten berekend? Dan ontvangt de klant een vergoeding.
Voor de duidelijkheid: de regeling is dus niet bedoeld voor tegenvallende beleggingsresultaten. Wie kiest voor beleggingen hoort te weten dat koersen kunnen stijgen en dalen. En dus dat het voorspelde eindkapitaal slechts een prognose is.

Het uiterste
De uitvoering van die afspraken vraagt het uiterste van verzekeraars. Er zijn namelijk enorm veel gegevens nodig om de berekening van de vergoeding te maken. En die berekening zal per verzekeringsproduct weer anders zijn. Maar het vraagt van verzekeraars ook het uiterste op communicatiegebied. Want klanten moeten informatie krijgen en vragen kunnen stellen. En dat niet alleen op papier, ook online. Kortom, het is een traject dat verzekeraars niet moeten onderschatten.

10 praktische tips
Hier volgen 10 praktische tips uit mijn eigen ervaringen, opgedaan tijdens het programma Compensatie bij verzekeraar ASR. Ze kunnen je helpen om de schade te beperken. Of zelfs weer wat van het verloren vertrouwen terug te winnen.

1.    Onderschat de impact niet
De media, de AFM, consumentenstichtingen en televisieprogramma’s als Radar en Kassa. Ze zitten er bovenop. Hoe doen de verzekeraars en banken het? Doen ze het wel goed? Worden klanten niet nog meer gedupeerd? Een verkeerde zet leidt al snel tot een negatief krantenartikel of item op tv. Jan en alleman kijkt mee. Dus pak het serieus aan.

2.    Accepteer: je doet het nooit goed
Accepteer dat je het nooit helemaal goed doet. Maar blijf ernaar streven om zo goed mogelijk te communiceren over de compensatieregeling. En kijk waar je net dat stapje extra kunt zetten, waardoor klanten misschien weer een stukje vertrouwen terugkrijgen.

3.    Blijf geen excuses maken
De meeste klanten zijn boos. En als je dan keer op keer excuses blijft maken, werkt dat averechts. Toon wel empathie, maar sla er niet in door.

4.    Neem de klant serieus
De compensatieregeling, de berekening van de vergoeding. Het is allemaal ingewikkelde materie. En soms zijn zaken heel moeilijk uit te leggen. Doe toch een poging, want de klant zal het op prijs stellen. En verder: laat klanten niet te lang wachten op informatie over hun vergoeding.

5.    Wees eerlijk en transparant
Zijn er fouten gemaakt? Bijvoorbeeld in de berekening van de vergoeding? Herstel die fout zo snel mogelijk. En geef de fout gewoon toe. Leg daarbij ook uit wat er dan is misgegaan.

6.    Doe wat je belooft
Dit is eigenlijk een open deur. Is klanten beloofd dat zij binnen vier weken antwoord krijgen? Of dat zij nog een telefoontje kunnen verwachten? Houd je dan aan die afspraak.

7.    Richt een vragenloket in
Zorg ervoor dat klanten met al hun vragen terechtkunnen bij een centraal punt. Meestal zal dit de Klantenservice zijn. Zorg er dan ook voor dat de servicemedewerkers goed op de hoogte zijn van alle ins en outs. Stel Q&A’s voor ze op en houdt deze up to date.

8.    Stel een website op
Bijna iedereen heeft toegang tot het internet. Leg de compensatieregeling uit op de website. Zorg ervoor dat klanten die met vragen zitten hier snel en gemakkelijk hun antwoorden kunnen vinden. Welke vragen zouden klanten kunnen hebben? Neem dit als uitgangspunt voor de opbouw en uitwerking van de site.

9.    Stel een reviewgroep in
Dit is meer een tip voor de communicatieafdeling. Webteksten, brieven, herstelbrieven, brochures, folders. Allemaal middelen die opgesteld moeten worden om klanten informatie te bieden. En waarnaar grondig gekeken moet worden. Want, iedereen kijkt mee tenslotte (zie tip 1). Zorg voor een reviewgroep van medewerkers waarin alle benodigde disciplines zijn vertegenwoordigd (compliance, juridische zaken, productmanagers). Zo kun je snel spijkers met koppen slaan over een tekst. En belangrijker: voorkom je (juridische) blunders.

10.    Maak gebruik van klantpanels
Laat altijd een groepje klanten of ten minste een expert de tekst beoordelen, voordat je hem gaat gebruiken. Dat een tekst op B1-niveau is geschreven, zegt nog niet dat de (juiste) boodschap aankomt. Hoe komt een brief of webtekst over? Welk gevoel krijgt de klant erbij?

24 september 2011

Oeverlandroute II

In 3,5 dag ben ik van Amsterdam naar Maastricht gefietst. Via de Oeverlandroute is dat op de kop af 350 kilometer. Een tocht met zon (bijna 30 graden), regen en (veel!) wind langs de bochtige en vaak ook lange, kaarsrechte wegen van ons vlakke landje. Maar ik ga je niet vermoeien met gedetailleerde verhalen over hoe het landschap eruit zag. Of over afgelegde kilometers en behaalde snelheden. Wel heb ik een paar lijstjes gemaakt. En natuurlijk nog wat leuke kiekjes.

Do’s
  • Zorgen voor een fiets mét versnellingen (zie stukje Oeverlandroute I).
  • Op tijd regelen waar je gaat overnachten. Het is crisis in Nederland mensen, maar ik heb een hele avond zitten bellen of ze alsjeblieft in Schoonrewoerd en Ohé en Laak (wie kent het niet?) nog een kamer vrij hadden.
  • Zorgen dat je telefoon met gps is opgeladen. Want hoe vind je anders die verstopte B&B in Ohé en Laak?
Dont’s
  • Met een neplederen jas door de regen fietsen. Je blijft wel droog, maar de jas weegt na een dag regen ongeveer 5 kilo.
  • Met een neplederen tasje door de regen fietsen. Je spullen blijven wel droog, maar je tasje weegt na een dag ongeveer even zwaar als je jas.
  • Met een fietsbroek onder je spijkerbroek fietsen. De laatste dag was ik deze combi zo beu, dat ik die broeierige fietsbroek in mijn fietstas had gelaten. Jammer dan voor mijn billen! En nee, alleen de fietsbroek was fashionwise geen optie.
  • Net de deur van je kamer opendoen als de gastheer die je vader zou kunnen zijn in een grote blauwe pyjama de trap op loopt.
  • Proberen het Limburgs dialect te verstaan.
  • Proberen het Limburgs dialect te verstaan en je er ook nog aan te ergeren.
Questions
  • Waarom is fietsen in Nederland vooral iets voor mensen met grijs haar en een Wehkamp outfit?
  • Hoe kun je fietsen in Nederland hip maken voor mensen zonder grijs haar en een Wehkamp outfit?
  • Waarom zijn de wegen boven de rivieren bochtig en die eronder veel meer lang en recht? En soms zo saaaaaaai.
  • Waarom loeien koeien eigenlijk?
  • Waarom is het voor mannen, vooral wielrenners, toch zo interessant dat een vrouw in haar eentje fietst?
Tijdens mijn volgende tocht ga ik eens nadenken over de antwoorden.

En nu? Werk aan de winkel!

















Mooi theehuisje aan de Vecht.

















Hollands fietspaadje.

















B&B in Schoonrewoerd.

















Zo tekende ik vroeger een molen. Met pad en hekje.

















Koeien in gesprek met de paarden aan de overkant.

















Saai....

















Ook saai.

















De herfstkleur van 2011: paars!

















Staat goed, toch?

















Rare jongens, die Limburgers.

















Maastricht. Mission: completed!

22 augustus 2011

Oeverlandroute

Fietsen via de Oeverlandroute van Amsterdam naar Sint Maartenszee. Dat was bepaald geen idyllische tocht. In de eerste plaats omdat ik me een rotje moest trappen op mijn omafiets. Wind tegen en geen versnellingen. Dat is gewoon hard werken. Kortom, ik had mijzelf goed overschat door zo’n simpele fiets te kiezen. Daarnaast had ik verwacht om mij onder te kunnen dompelen in het groen en de rust en ruimte om mij heen.

Natuurlijk waren er uitgestrekte groene velden, in vakjes gesneden door smalle slootjes. En de lange rechte polderwegen waar geen eind aan leek te komen. Maar tegelijk voerde de route ook langs veel bebouwing. Vaak mooi, net zo vaak lelijk. Of van lelijkheid toch mooi. En waren er veel dagjes- en vakantiemensen die ook aan het fietsen waren. Of meededen aan een wandeltocht. Of met de auto ergens heen moesten.

Allesbehalve uitgerust kwam ik aan op mijn eindbestemming. Maar saai was het geen moment geweest. Binnenkort ga ik de rest van de Oeverlandroute fietsen: van Amsterdam naar Maastricht. Nu nog de juiste fiets vinden.

Paar keer gemist.

















Muur in Amsterdam Noord.

















Boodschappen doen in Amsterdam Noord.

















Boomhut in Kadoelen.

















Zaanse Schans: op de foto.

















Blokkendoos.

















Zaandam.
Zonde.


















Polderweg naar Petten.

29 juni 2011

Mont Ventoux II

Afdalen. In tegenstelling tot mijn zwager ben ik er niet dol op. Je moet enorm goed opletten. Op gaten in de weg, losse stenen en scherpe bochten. Ook is het vermoeiend, al dat knijpen in je remmen. Waarbij me bovendien soms de angst bespringt dat mijn remkabel knapt en ik in het ravijn zal storten.

Bij het monument van Simpson stapt mijn zwager af: ‘Kom op, leuk, even een fotootje maken.’

Goed plan. Ik rem, stap af en steek over richting monument. ‘KIJK UIT! STOMME TRUT!’, klinkt het keihard. Ik schrik. De wielrenster scheert vlak achter mij langs. Was ik een seconde later overgestoken, dan was de vrouw met zo’n 60 km per uur vol op mij geklapt. Of ze had moeten uitwijken en was zo de afgrond in gereden (langs de weg zijn geen vangrails).

Mezelf vervloekend zet ik mij op de trap van het monument. Ik lach automatisch voor de foto, maar mijn hart gaat nog als een razende tekeer. Ik denk aan wat er had kunnen gebeuren. Ik had alleen koffie op, en niet zoals Simpson, amfetamine en een glas cognac. En nog was het bijna verkeerd met me afgelopen. Hard knijpend in mijn remmen zet ik de afdaling voort. Eenmaal beneden zien de lavendelvelden er nog mooier uit dan op de heenweg.

28 juni 2011

Mont Ventoux

De ‘mietjeskant’, zo wordt de beklimming van de Mont Ventoux vanaf het plaatsje Sault genoemd. Want het gemiddelde stijgingspercentage is slechts 4,4% – tot aan het laatste stuk door het maanlandschap, waar de hel voor iedereen losbarst. Dat stelt inderdaad weinig voor vergeleken met de ‘echte’ beklimming vanuit Bedoin (gemiddeld 9% tot aan het laatste stuk). Maar deze barre tocht hadden we vorig jaar al gedaan.

Het mag dan de watjesroute zijn, hij was wel erg mooi. En omdat we toch de toeristische route deden, vonden we dat we het ons ook wel konden permitteren om onderweg uitgebreid foto’s te maken. Van de dieppaarse lavendelvelden, van de schitterende uitzichten over het dal (het was helder en je kon echt ver kijken), maar natuurlijk ook van onszelf in actie (voor een scherp beeld reden we om de beurt in slow motion voor de camera langs). Kortom, het was een prima dagje uit. Het was niet al te warm en soms kregen we wat extra verkoeling van de mistralwind.
Plotseling doemde hij op, de top van de Mont Ventoux! Het gevreesde maanlandschap, waar Tom Simpson in ’67 de uitputtingsslag verloor en het leven liet. Ons fietstochtje was voorbij, voor ons lag de klim der klimmen. Waren we tot dan toe amper een wielrenner tegengekomen, nu stikte het ervan. We voegden ons bij de andere dwazen. Nu is gemiddeld 8,5% stijgen sowieso afzien, maar de mistralwind – die in het kale landschap alle ruimte had – maakte het afschrikwekkend zwaar. Had je de wind recht van voren, dan suisde hij om je hoofd en was het moeilijk je benen nog rond te krijgen. Pakte hij je plotseling in de flank, dan maakte je met fiets en al een flinke zwieper opzij.

Halverwege hield ik even halt om te wachten op mijn zwager. Een jongen in clubtenue trapte me voorbij. Ver voorover gebogen hing hij over zijn stuur. ‘Wat een kútwind!’, riep hij uit.

De laatste bocht, voor de top. Even voor de leken: verwacht boven geen finishstreep met vlaggen, slingers en spandoeken. Er is namelijk weinig feestelijks. Alleen een winkeltje met een paar kraampjes. Het bewijs van je bijna onmenselijke inspanningen is een paal met een bord ‘Sommet du Mont Ventoux 1910 m’ erop, waar de renners elkaar dan ook continu fotograferen. Maar het uitzicht maakt dit alles meer dan goed.

De top was bereikt! Nu begon onze volgende uitdaging: de afdaling. Of eigenlijk, mijn uitdaging.

[cliffhanger]

19 juni 2011

Lieveheersbeestje

Coccinelle (spreek uit: koksinelle). Oftewel Lieveheersbeestje. Een mooie naam, voor een ezel. Coccinelle had geen stippen, maar een grijze vacht, met een vleugje bruin er doorheen. Haar oren waren groot, haar ogen diepbruin. Op haar rug droeg ze twee grote tassen, aan elke kant een. In de tassen zaten onze rugzakken en een koeltas met onze verrassingslunch.

We hadden de route langs het kanaal gekozen. Als ons ezeltje niet wilde doorlopen, dan mochten we haar met een takje – ‘zachtjes!’, hadden ze gezegd – een tikje op haar billen geven. Maar dat bleek niet nodig. Een ‘hop, hop, hop Coccinelle’ , bleek voldoende om haar te laten doorlopen. Zou ze er lol in hebben?, vroegen we ons af. Het was moeilijk te zien. Ze kwispelde niet met haar staart, begon niet enthousiast te hijgen, sprong niet tegen ons op, gaf geen kopjes, begon niet luid te spinnen. En wat doen ezels ook weer? O ja, balken deed ze ook niet. Wel nam ze al lopend af en toe een hap gras uit de berm.

Tijdens de lunch mocht ze grazen, maar kwam toch even bij ons kijken. Zou ze ons lief vinden? Haar donkere ogen verraadden niets. Of wilde ze misschien een hapje quiche? Of vond ze het gewoon gezellig om ons gezelschap te houden? We wisten het niet. Gedurende de tweede helft van onze tocht begon ze langzamer te lopen. Zou ze moe zijn? Zou ze het warm hebben? De eindbestemming kwam steeds dichterbij. En de hoefjes van ons Lieveheersbeestje gingen steeds minder snel. Steeds vaker moesten we het takje gebruiken.

We liepen de laatste brug op. En plotseling bleef het ezeltje stilstaan. Geen poot wilde ze meer verzetten. Vriendelijk vroegen we haar om door te lopen. Coccinelle luisterde uiteindelijk en traag liep ze omhoog. Ik zette haar in de schaduw en haalde de tassen van haar rug, en haalde ook de dekens eraf. Haar rug was warm. Bij het afscheid gaf ze me een duw, met haar neus.

10 juni 2011

Witte bus

In hun witte autobus hadden ze vlak voor ons afgelegen vakantiehuis staan wachten. Terwijl ik ondertussen mijn spulletjes van de achterbank van de auto had gepakt. De mannen hadden de hele dag aan het huis gewerkt tegenover het onze. Maar waarom hadden ze gewacht met doorrijden? Zouden ze vanavond terugkomen? Om ons iets aan te doen?

Ik legde het voor aan M. ‘Ach joh, wat haal jij je nou toch allemaal in je hoofd!? Maak je toch niet zo druk.’ Ze sloeg de pagina van haar boek om.

’s Avonds keken we naar The Killing, een populaire Deense thriller over een meisje dat is verkracht. ‘Durf je nog een aflevering aan?’, pestte M. me. Tijdens het kijken waren mijn oren continu gespitst. Op een auto die kwam aanrijden. Op de achterdeur waaraan werd gemorreld. Of aan een raam. Ik deed toch maar even de gordijnen dicht.

De serie was afgelopen en we gingen slapen.
Het duurde even voor ik de slaap kon vatten, maar de rest van de nacht sliep ik een diepe slaap. Ik werd pas wakker toen M. de kamer uit sloop met de bedoeling om me juist niet wakker te maken. Uren was ze al wakker en ze had geen oog dicht gedaan. Vanwege die mannen met de witte bus. En ze hoorde steeds allemaal vreemde geluiden.
‘Koffie?’, vroeg ik opgewekt.

8 juni 2011

Duathlon

We parkeerden de auto in het dorp. De achterklep van de auto naast ons stond open. Een Française pakte haar frame uit de achterbak en zette het op de grond. Het zag er spiksplinternieuw uit. De vrouw had hoezen voor haar wielen, ze had een strak pakje aan, een flitsende sportieve zonnebril op haar neus. ‘Ai, je concurrente’, zei M. Ik begon ‘m stiekem een beetje te knijpen.

Om drie uur was de start. Ik had nog bijna een uur. Bij de inschrijfbalie heerste even verwarring. ‘Wat!? Heeft ze geen licentie?’, zei de dame achter de tafel. Na wat heen en weer gediscussieer was het opgelost. Ik was op speciale uitnodiging – onze huiseigenaar was de organisator van het evenement – dus was het goed. Wel moest de arts mijn fysieke gesteldheid nog even keuren. Met zijn stethoscoop luisterde hij op drie plekken naar mijn hart en vulde een verklaring in. Zo. Goedgekeurd.

Op een speciaal veldje kon ik mijn fiets en schoenen neerzetten. Maar niet voordat de official mijn helm had gekeurd (ik moest hem strakker zetten) en mijn arm en been met rode stift werden voorzien van een nummer. Ik zette mijn fiets tussen alle, zo leek het, enorm geavanceerde fietsen met dikke buizen. Die ik niet had. Ik zou me hierdoor niet uit het veld laten slaan. Dat materieel is alleen maar ter compensatie van een slechte conditie, hield ik mezelf voor.

Even was de spanning weg, tijdens het officiële fotomoment. Er werd een speciale tribune uitgeklapt waarop alle vrijwilligers en deelnemers moesten plaatsnemen. ‘Cickerikeeeeee’ riep iedereen, of iets wat erop leek, en de kiek was gemaakt. Verder met de mentale voorbereiding op de wedstrijd. Even werd de spanning weer doorbroken toen de speaker (onze huiseigenaar) mij via zijn microfoon voorstelde aan het publiek als de Hollandse schrijfster van twee boeken die hier op vakantie was en ter inspiratie vandaag meedeed aan het evenement.

Na de kinderhardloopwedstrijd, het praatje van de burgemeester en van de wedstrijdleiding konden we ein-de-lijk starten. De 4 kilometer hardlopen was een hel. Bergop en -af over de weg, maar ook over oneffen bos- en grindpaden. Het fietsen ging mij stukken beter af. In de eerste ronde van 18 km haalde ik zelfs een aantal deelnemers in. Het parcours had met flinke klimmen een zwaar begin en een zwaar einde. Halverwege de tweede fietsronde was mijn energie opeens op. Weg. De beklimming van de laatste heuvel was dan ook een beproeving.

Maar er was niets in mijn hoofd dat wilde opgeven. Ik moest en zou het afmaken. Tijdens het hardlopen moest ik een moment denken aan de Olympische Spelen van 1984, aan die marathonvrouw die gevaarlijk zwalkend de finishlijn haalde. Desnoods ga ik zo, dacht ik. Met mijn sukkeldrafje haalde ik een man in. Hij kon niet meer, hij liep. Na de laatste helling ging het steil naar beneden richting finish. Mijn lief stond te zwaaien, maakte een paar foto’s. Toen ik over de streep kwam, zag ik wat glinsteren in haar ogen. Ze was blij. En ik ook. Dolblij. Het hele dorp leek blij: Félicitations!

7 juni 2011

Diner au village

Wat moesten we verwachten van een ‘Repas traditionnel’ in het dorp vlakbij ons huis? Ik had geprobeerd om me er zo weinig mogelijk bij voor te stellen. Behalve dat we als de enige twee toeristen enorm zouden opvallen. Tussen al die boeren. Maar we zouden gewoon gaan en we zouden het wel zien. Tenslotte waren we ook zo weer thuis.

Natuurlijk waren er de boeren. Sommige leken zo uit een reclame voor Paturain te zijn gestapt. Maar ook hun broers en zussen, dochters, kleinkinderen, achterkleinkinderen, neven en nichten waren er. Kortom, iedereen was er. En iedereen kende elkaar. We werden hartelijk ontvangen door de eigenaar van ons huis. Hij bestelde een biertje voor ons bij de biertent. Ondertussen vertelde hij honderduit over ‘zijn’ dorp, waar hij was geboren en getogen. Op de achtergrond speelde de coverband zich alvast in. Wat waren ze goed! Maar dat was niet de enige verrassing.

Te beginnen met het dienblad vol met lokale lekkernijen dat we kregen uitgereikt. Op de lange tafels stonden plastic kannen met wijn, die voortdurend werden bijgeschonken. Families en vrienden schoven bij elkaar aan. Ze aten, en praatten alsof ze elkaar in jaren niet hadden gesproken. En proostten. Nog maar eens een keer. Ook wij schoven aan, op een uit willekeur gekozen plaats aan een van de lange tafels. Ook wij aten en praatten over van alles en nog wat. En proostten. Nog maar eens een keer. Aan het eind van de avond hadden we er drie vrienden ‘from downunder’ bij. Het was een prachtige avond geworden: gezellig, great, magnifique!


4 juni 2011

Filosofie van de heuvel

Een schrijver annex hippie en een Russische fotografe besluiten spontaan om van Leiden naar Rome te fietsen. Totaal onvoorbereid gaan ze op pad. En juist dat maakt het hele reisverslag zo boeiend. En dat de schrijver zo lekker schrijft. Hij neemt je mee die verschrikkelijke berg op, zet je met gemak tussen de norse Belgen in een dorpscafé of laat je dwalen door de smalle steegjes van Genua. Ik heb echt genoten van dit boek. En wat de filosofie van de heuvel nu is? Ook dat legt de schrijver haarfijn uit. En nu ga ik een stukje fietsen, door de heuvels.

3 juni 2011

Beestenboel

Ons tijdelijke thuis ligt op een heuvel. Behalve wij wonen er ook een heleboel dieren. Als eerste ontmoetten wij de labrador van de eigenaar. Met een brede glimlach kwam hij op ons af gerend. Net zo blij als wij dat we eindelijk waren gearriveerd. Waar de eigenaar gaat, gaat zijn hond. Zitten we met een boekje bij het zwembad, worden we eerst begroet door de vrolijke viervoeter. Daarna door zijn baasje: ‘Bonjour! Ça va bien?’ Zowel baas als hond zijn altijd in een bijzonder goed humeur.

Het hondje van onze lieve buurvrouw lijkt altijd ‘on a mission’. Ze loopt onze tuin in, kijkt niet op of om en gaat op zoek. In draf speurt ze met de kop omlaag de hele tuin af. Haar neus scheert over het gras. De ene keer naar een geschikte plek om te plassen (midden in de tuin, merci!). De andere keer staat ze op haar achterpoten bij de barbecue, op zoek naar een restje vlees of vis. Natuurlijk helpen we haar even.

Niet te missen zijn de vogeltjes die de bomen in onze tuin bevolken. Je hoort ze meer, dan dat je ze ziet. De een kwettert dat het een lieve lust is, de ander stoot als antwoord een kort getjilp uit. Een duif wil ook laten weten dat hij er is en koert er op los. Achterin de tuin klopt een specht op een boomstam. Hij draagt op zijn eigen manier bij aan het gesprek. De krekels vormen samen het achtergrondkoor.

Voor ons minder alledaagse bewoners zijn de hagedisjes die over het terras schieten. Om soms stokstijf te blijven zitten, in de hoop dat niemand ze ziet. Aanleiding voor ons om het verschil tussen een salamander en een reptiel weer even helder op het netvlies te krijgen. Een salamander zwemt, een hagedis niet. Gelukkig, ze durven dus niet in het zwembad.

Last but not least zijn er natuurlijk insecten. Sommige maken een heleboel geluid. Zoals de vlieg en zijn grote broer de bromvlieg. Waarom vliegen ze toch altijd door een open raam naar binnen? Om vervolgens luid brommend te zoeken naar datzelfde raam om weer te ontsnappen? Maar er zijn ook stille insecten. Zoals de vlinders die van bloem naar grasspriet naar je tenen en weer naar een struikje fladderen. Of de groene torretjes, spinnetjes en zwarte kevers waarvan ik de namen niet ken. Aangenaam of niet, allemaal bewonen ze samen met ons het huis en de tuin. Ons zomerhuis met zwembad.

2 juni 2011

Championnat

‘Do you want to participate?’, vroeg de eigenaar van ons vakantiehuis op onze aankomstdag. Hij had mijn twee fietsen gezien (‘I also have a Specialized’, waarbij hij twee duimen omhoog stak) en vroeg of ik wilde meedoen aan het ‘Championnat d’Aquitaine’. Een duathlon: 4 km hardlopen, 32 km fietsen en 4 km hardlopen. Door hem zelf georganiseerd ter ere van het Fête Annuelle voor de hele streek, de Aquitaine.

Voor ik het wist, zei ik: ‘Sure, why not?’ Nu ga ik dus meedoen aan dit regionale kampioenschap. Zondag. Ik moet nog wel even een stukje hardlopen, om te kijken of dat nog een beetje gaat. Want ik wil natuurlijk wel de snelste vrouw zijn. En die 100 euro winnen. Hoeveel flesjes lekkere Franse wijn zou je daarvan kunnen kopen?

P.S. Samen doen we mee aan het Repas Traditionnel. Een openluchtdiner met regionale dranken en gerechten voor de inwoners van het dorp en omgeving. Wordt vervolgd. Evenals mijn wedstrijdavontuur.

Zomerhuis met zwembad II

Toen was het nog mooi weer.

Lek

Ik stond in de berm, zo’n 8 kilometer van mijn eindbestemming vandaan. Ruim 40 kilometer had ik achter de rug. Over de heuvels had ik langs velden en bossen gefietst. Over strak geasfalteerde wegen. Maar ook over binnendoorweggetjes. Die me langs dorpjes van vaak niet meer dan vier boerderijen voerden. Koeien die me loom aanstaarden. Vaak lag er zand en grint op die weggetjes. Het resultaat: een lekke band. Erger nog: een lekke achterband.

Ik keek links en rechts de weg af. Het was stil, nul verkeer. Weinig kans op een behulpzame Fransman die dat arme fietsmeisje wel even zou helpen. In dit geval zat er dus niets anders op dan mijn fiets om te keren en dit varkentje zelf te wassen. Ik bekeek mijn achterwiel. Hoe krijg ik in godsnaam dat wiel eraf?, dacht ik bij mezelf. En vooral, hoe krijg ik het er samen met die ketting weer fatsoenlijk op? Stomme doos, zei ik. Mezelf vervloekend dat ik me er nooit in had verdiept hoe je een achterband verwisselt.

Ik besloot om de hulptroepen in te schakelen. De mobiele bereikbaarheid van het vakantiehuis was ongeveer nihil, dus zette ik alle middelen in. Ik stuurde een e-mail, een whatsapp-bericht en een sms. Zo. Ik zette mijn fiets weer op zijn wielen. Een sms-bericht terug, hulp was onderweg! Ok, nu dus wachten. Ik keek om me heen. Nutteloos blijven staan is ook zoiets. Zou ik misschien toch even het pompje proberen? Verrek! Het werkte. Ik stuurde snel een bericht dat hulp niet meer nodig was en fietste zo hard ik kon. Natuurlijk liep de band leeg, en moest ik pompen. Steeds vaker. Ik gaf het op. Dan maar lopen.

Tuut tuut! Daar was mijn hulp. Die was toch gekomen. Fijn! We legden de fiets achterin de auto en reden de heuvel op naar het vakantiehuis. Ik besloot om de band meteen te verwisselen. Ik had er een internetpagina bij gezocht om me te vertellen hoe het moest. Anderhalf uur deed ik erover. Wat een gedoe! Toch was ik best een beetje trots. Maar het record bandenwisselen zal ik wel nooit halen.

30 mei 2011

Zomerhuis met zwembad

‘Ja! Hier moeten we naar rechts!’ Ik rem af, nog net op tijd. We slaan af bij ‘het huis met de bordeauxrode luiken’ en het bordje met ‘Borie Blanche’ erop. Volgens onze routebeschrijving zijn we er nu bijna. De weg is smal en snijdt dwars door een bos. Links ligt een kaal veldje met koeien. Ze staan te snoepen uit drie grote ruiven met een rond dakje erboven. ‘Net een kermis voor koeien!’, zegt mijn reisgenote.

We hobbelen verder over het weggetje dat almaar steiler wordt. Tussen de bossen lichten groene velden op in de zon. ‘Daar, bij dat bordje moeten we naar rechts.’ We komen uit op de heuvel. Aan de doodlopende weg staan maar een paar huizen, weten we. Een ervan is het onze, voor twee volle weken.

Alles wat de foto’s op de website hadden laten zien, is er. Maar dan nog mooier: de tuin met het azuurblauwe zwembad, de landelijke eetkeuken, het plafond met houten balken, de oude houten vloeren, twee badkamers met een tikje chique en drie prachtige slaapkamers, waarvan we meteen de allermooiste uitkiezen. Ook het uitzicht op de groene toppen van de bomen in het naastgelegen dal is fantastisch. En wat een stilte. Alleen de wind en vrolijk kwetterende vogeltjes zijn te horen. Ik weet meteen met welk boek ik ga beginnen: Zomerhuis met zwembad, van Herman Koch.

20 mei 2011

Spinning

‘Goedemorgen allemaal! En welcome to the house of pain. We gaan beginnen!’ De instructeur buigt zich voorover en pakt zijn fietsstuur vast. Zijn kale gebruinde hoofd glimt onder de gekleurde lamp. Ik zet mijn benen in beweging. De muziek is snel, ik kan het tempo amper bijhouden. ‘Vandaag gaan we werken, hard werken’, gaat de instructeur verder via zijn headset. ‘We doen een intervaltraining en dat betekent: calorieën verbranden!’

Het eerste nummer is voorbij. ‘OK mensen, draai maar aan! We gaan verder met een lange klim.’ Ik draai aan de knop. De weerstand op het voorwiel van mijn fiets wordt groter en mijn beentempo gaat omlaag. De instructeur vraagt ons elke minuut de knop aan te draaien. En dan om een sprintje te trekken. ‘Ga door, ga door, ga door’, schreeuwt hij. ‘Denk maar aan seks. Dat is ook gewoon doorgaan!’ En ik ga inderdaad door. Vooral om de gedachte aan deze kale man en seks zo snel mogelijk weer kwijt te raken. Hij stapt van zijn fiets af en gaat verder met schreeuwen: ‘Harder, sneller, zwaarder!’ Ik verklaar hem, en zeker mezelf, nu definitief voor gek. Maar ik ga door: harder, sneller, zwaarder.

De les is een grote afwisseling tussen klimmen, dalen, sprinten en korte adempauzes. Het zweet gutst van mijn voorhoofd en valt op de vloer onder mijn fiets. Gék ben ik, en zo zie ik eruit. Mijn haren plakken aan mijn voorhoofd. Mijn kleding is doorweekt. ‘Het laatste nummer!’, roept de instructeur. Eindelijk! Ik geef alles, pers mijn laatste beetje energie eruit. Doorgaan zal ik. Tot de muziek stopt en ik bijna van mijn fiets val. Mijn benen zijn leeg, mijn lichaam zwaar. Mijn hart klopt mijn borstkas uit.
Ik blijf voorover zitten en hap naar adem. Ik probeer een slok water te nemen, maar die loopt half langs mijn mond.

Dan wordt langzaam maar zeker mijn ademhaling weer normaal. Het gevoel in mijn benen is terug. Een stoot adrenaline explodeert in mijn hoofd. ‘Bedankt allemaal en fijne avond!’, sluit de instructeur af. En ik denk: morgen weer!

10 mei 2011

Slapeloos

Mijn hoofd wordt zwaar en zakt weg in mijn kussen. De slaap trekt me langzaam naar beneden. Steeds verder, naar het niets. Waar ik de bodem raak en ik met een schok weer wakker word. Weg is de slaap, gevlogen. Het niets is onbereikbaar.

Tsjak! Er schiet een laatje open. De eerste gedachte kruipt eruit. Om een wandeling te maken door mijn hoofd. Tsjak! Daar is de volgende. En nog een paar: tsjak, tsjak, tsjak! Allemaal gaan ze op pad. Niet om ergens heen te gaan. Maar om een rondje te lopen. Sommige zijn groot en traag. Andere piepklein en snel. Die komen keer op keer voorbij. Hun stemmen hoog en schel.

Eindelijk, de gedachten worden moe van het rondjes lopen. De snelle raken buiten adem. De logge exemplaren krijgen zere voeten. Ze geven het op. Een voor een keren ze terug naar hun laatjes. Dan wordt het eindelijk weer stil in mijn hoofd. Dat zwaar wordt en in mijn kussen zakt. De slaap trekt me mee naar beneden. Steeds verder, uit het heden naar het nietszzzzzzzzzzz.

9 mei 2011

Mijlpaal

Gisteren werd mijn beste vriendin 40. Vier kaarsjes stonden er op de taart; een voor elk decennium. Pfffffffffffeertig! In een keer blies ze 40 jaar uit. Hoera!

‘Veertig is het nieuwe 30,’ zeggen de vrouwen in de vrouwenbladen. En ook: ‘Als je 40 bent, dan ben je tevreden met wie je bent. Je bent in balans.’ Mijn vriendin is soms heel erg in balans. En soms heel erg niet. Streep je dat tegen elkaar weg, dan heb je inderdaad een evenwicht gevonden.

Nog twee jaar en dan heb ik ook vier kaarsjes. In balans of niet; ik zal ze vrolijk in een keer uitblazen. En ik zal er een mooie wens bij doen. Maar eerst moet ik nog 28 worden, volgende maand. Hoera!

Churchill

Wist je dat Winston Churchill een ontzettend belangrijke man was? En dat hij tijdens WO II premier was van Engeland? En dat hij als staatshoofd een cruciale rol heeft gespeeld in de bevrijding van Europa? Natuurlijk wist je dat. Je hebt tenslotte geschiedenisles gehad.

Ook dat hij beroemd is om zijn opvallende uitspraken. Wist je ook heus wel. Zoals deze bijvoorbeeld: ‘Het beste argument tegen democratie is een conversatie van vijf minuten met een gemiddelde stemgerechtigde’. Of deze: ‘Democratie is de ergste manier van regeren, op alle andere manieren die al geprobeerd zijn na dan.’ En dat hij een verwoed schrijver was. Wist je ook natuurlijk. Hij heeft tenslotte de Nobelprijs voor de Literatuur gekregen. Duh.

Maar wist je ook dat Churchill zielsveel van zijn vrouw Clementine (‘Clemmie’) hield? Dat ze zijn steun en toeverlaat was, ondanks haar affaire met een andere man? En dat zij ook zielsveel van hem hield? Ondanks zijn norsheid en zware depressies? Ja? Toch moet je ‘The Gathering Storm’ (2002) eens downloaden en kijken. Over het leven van Churchill tot aan zijn premierschap. Bekroond met 2 Golden Globes en een mooie hoofdrol voor Albert Finney. Ook zeker de moeite als je niet (meer) zo veel weet over Churchill trouwens.

5 mei 2011

Puber

Ze bleven even stilstaan voor de etalage. Moeder en puberzoon, hand in hand. Ik keek eens goed. Hij was een stoere, vlotte jongen. Met een mooie bos zwarte krullen. De moeder gewoontjes, in ieder geval niet erg hip. Was hij soms slechtziend? En moest zijn moeder hem de weg wijzen? In de winkel vielen de handen los en kozen moeder en zoon ieder een kledingrek om in te neuzen. De jongen had dus helemaal geen handicap.

Ik dacht aan mijzelf, als puber. En aan mijn vader. Die op een ochtend had voorgesteld om met me mee naar de stad te fietsen. Ik zat er op school, hij werkte er en ging vandaag met de fiets. ECHT NIET! Ik ging toch niet NAAST mijn VADER fietsen. En zeker niet ‘s ochtends, als de weg vol was met fietsende en brommende leeftijdgenoten. Zoals ik ook niet met mijn moeder de Zeeman of de Wibra in ging. Dat was gewoon ‘voor schut’, zoals we dat in Brabant noemden. Punt.

Mijn vader vertrok braaf vijf minuten voor mij. Jaren later werd hem eens gevraagd hoe ik was als puber. Zelf was ik het voorval natuurlijk helemaal vergeten. Maar hij had die eenzame fietstocht, met zijn dochter op vijf minuten achter hem, altijd onthouden. Jemig. Had ik dat geweten, dan was ik ECHT WEL naast hem gaan fietsen.

3 mei 2011

Zalando

Vandaag werd de doos bezorgd. Een witte met in opvallende oranje letters ‘Zalando’ erop. Ik opende de doos en het waren de juiste pumps, in de juiste kleur en maat. Dat was in ieder geval een goed begin. Ik trok eerst de linker aan. Die zat goed. Dan de ander nog. Hé, die leek wel een maat te groot! Had ik niet nog ergens een paar zooltjes liggen? Helaas, ook met de zooltjes bleef mijn rechter hiel uit de schoen glippen.

Ik bekeek de eigenwijze schoen even van dichtbij. En zag dat die een vlekje op de neus had. En ook dat de kleur aan de zijkant iets was uitgelopen. Kortom, het leek er verdacht veel op dat deze schoenen al waren gedragen. Misschien wel tijdens een bruiloft. Of een eerste date. Waarna de eigenaresse haar aankoop weer had teruggestuurd en haar geld retour had gekregen. Heb je toch een dag of avond de blits gemaakt. Met je mooie, gratis pumps.

Ik deed de schoenen terug in de doos en besloot die meteen op het postkantoor af te geven. Toen ik aan de beurt was, zag ik nog net dat de baliemedewerkster een doos van Zalando bij de pakketten legde. Van het meisje dat voor mij was dus. ‘Ik heb er ook één!’, zei ik. De vrouw moest een beetje lachen. Ze voerde iets in op haar computer en een paar seconden later stond ik buiten. Eenmaal op de fiets moest ik nog even denken aan het meisje. Wie weet, dacht ik, koop ik binnenkort toch weer schoenen bij Zalando. Best kans dat ze daarnet in die andere doos zaten.

2 mei 2011

Handgebaar

Voor mij op het terras zat een vrouw die tijdens het praten veel gebaren gebruikte. Soms maakte haar hand een draaiende beweging, waarmee ze het tempo leek op te voeren. Om vervolgens een punt te maken met een korte karatetik. Prachtig.

Gesticuleren. Eigenlijk best een lelijk werkwoord, dat eerder iets met geslachtsdelen van doen lijkt te hebben. Hoe dan ook, ik vind het vaak o zo mooi om naar te kijken. Handen die meedeinen met het ritme van een zin. Alsof de spreker zichzelf dirigeert bij het praten. Of vingers die aftellen, omdat er een aantal belangrijke punten wordt gemaakt. Ik ben geneigd te denken dat mensen die vanuit hun hart praten, veel gesticuleren. Ze willen zo graag hun boodschap overbrengen, dat ze die onbewust met gebaren kracht bij zetten.

Maar zelf ‘praat’ ik helemaal niet zo veel met mijn handen. Die liggen meestal werkeloos op tafel, verstoppen zich in mijn broekzakken of klampen zich vast aan een beker of glas. Toch schijnen daar ook voordelen aan te zitten, zo blijkt uit onderzoek. Bijvoorbeeld tijdens een sollicitatiegesprek. Of in mijn geval als zzp’er: een acquisitiegesprek. Te veel handgebaren maken de beoordelaars onrustig. Gelukkig, ik schijn dus in ieder geval rust uit te stralen. Maar dat vind ik natuurlijk ontzettend saai. Ik ga oefenen. En begin met de karatetik.

De stad uit!

‘Pas op!’ Een man op een mountainbike passeert. Ik sta met mijn fiets in de hand boven op een dijk, naast het fietspad. Even ervoor lag ik nog op een smalle steiger. Er lag geen bootje bij. De eigenaar had waarschijnlijk het mooie weer aangegrepen om een tochtje te maken. Zoals ik dat vanochtend in een opwelling had gedaan. In mijn oude kloffie, op slippers en met een flesje zonnebrand in mijn tas, ben ik op mijn fiets gesprongen. Om weg te gaan, de stad uit. De dijk langs het IJmeer had me naar de kleine steiger op het water geleid. Ik was erop gaan liggen en had met mijn ogen dicht naar het klotsende water onder mij geluisterd. Genietend van de zon die mijn gezicht en armen verwarmde en van de wind die door mijn haren woelde. En nu stond ik dus weer boven op de dijk. Door de fietser in één keer uit mijn korte dagdroom ontwaakt. Ik hijs me terug op mijn fiets en trap in een rustig tempo verder. Ik heb de neiging om te hard te fietsen. Dat probeer ik nu eens niet te doen.

Nudist
‘Halloooo.’ Weer mensen. Dit keer is het een clubje gepensioneerde mannen met racefietsen. Ze halen me een voor een in. Allemaal zijn ze gehuld in hetzelfde strakke tenue dat hun flinke buiken nog eens benadrukt. ‘Dag’, zeg ik. Ik kijk het groepje na. En laat mijn blik vervolgens wegdwalen over de vlakke polder en over het IJmeer. Ik kijk naar de blauwe lucht: deze dag is van mij, denk ik en ga nog langzamer fietsen. Aan mijn rechterzijde, de kant van het IJmeer, lijkt het water steeds helderder te worden. Ik ontwaar een strandje, met spierwit zand. Dan stuiten mijn ogen op de gebruinde blote billen van een nudist. Zijn kale hoofd glimt in de zon. Automatisch wend ik mijn blik snel terug naar de weg. Die slingert verder over de dijk en ik nader een camping. Grenzend aan weer zo’n wit strandje. Er zitten twee forse dames, in badpak. De een smeert de rug in van de ander. Ha! Dus ook niet-nudisten weten de mooie plekjes te vinden. Gelukkig.

Oversteek
Voor mij strekt zich een rechte weg dwars door het water uit; de Zeedijk naar Marken. Daar heb ik altijd al eens een kijkje willen nemen en ik besluit de oversteek te maken. Het aanzicht is prachtig. De groene huisjes steken fris af tegen de blauwe lucht. Bij de entree van het dorp is een groot stuk grasland waar schapen en lammetjes grazen. Als ik het dorp in fiets zie ik dat er flink wat toeristen zijn. Daarom besluit ik het centrum te omzeilen en de volgende afslag te nemen. Ik heb dorst en ook trek. Ik parkeer mijn fiets voor een souvenirwinkel en stap naar binnen. In tegenstelling tot wat ik verwacht is de eigenaresse alleraardigst. Blijkbaar ben ik te veel gewend geraakt aan de onvriendelijkheid in Amsterdam. Ik reken af: een flesje water en een Kitkat. Vanaf mijn terrasstoeltje observeer ik een groepje toeristen. Russisch, of Pools, of in ieder geval iets uit het Oostblok. Wat zouden die vinden van al deze lieflijkheid? En zou die mevrouw van het winkeltje ook zo aardig tegen hen doen?, vraag ik me daarbij af.

Apart
Ik besluit om toch iets verder het dorp in te fietsen. Een oudere man in geruit overhemd hangt ontspannen over een hek en is in een gesprek met een leeftijdgenoot. Ze kijken niet echt naar me op. Twee dames zijn een auto aan het uitladen. Ook zij gaan ongestoord verder. Ondertussen kijk ik om me heen. Smalle straatjes scheiden de huizen van elkaar. Als je tussen de huizen door kijkt, zie je het omringende grasland. Wat lijkt het me apart om hier te wonen. Omdat iedereen elkaar hier waarschijnlijk kent. Maar ook vanwege de toeristen die continu langs je huis trekken en naar binnen loeren. Het maakt me toch een beetje ongemakkelijk en ik stuur richting ‘uitgang’; een bruggetje dat uitkomt op een drukke parkeerplaats.  Ik leg dezelfde weg af over de dijk. Het water van de Gouwzee schittert zo erg, dat het  lijkt te willen zeggen dat het ook blij is met deze zonnige dag. Ik zuig het uitzicht in me op. Mijn pedalen brengen me verder. Vlak voor Monnickendam sla ik af, en duik de polder weer in. Smalle sloten verdelen het grasland in rechte stukken. Ik fiets verder op gevoel, terug richting Amsterdam. Bij de sloot naast de weg zit een vogeltje met een gekke kuif. Hoe heet die ook al weer? Dan zie ik ook een paar dikke karpers over elkaar heen buitelen. Even verderop wacht een reiger rustig af.

Drukte
Langzaam voel ik dat Amsterdam dichterbij komt. Ik kom meer mensen tegen; hardlopend of fietsend, al dan niet met een koffertje achterop. Het is vijf uur en spitstijd. Voor de Schellingwouderbrug staat een lange file. Ik probeer de uitlaatdampen van de auto’s niet in te ademen, wat de beklimming van de brug niet gemakkelijk maakt. Ik merk dat ik snel naar huis wil, in ieder geval weg uit deze drukte. Het stoplicht na de brug staat op rood, en dat blijft het ook erg lang. Een man wordt ongeduldig, vloekt en besluit door rood te fietsen. Een domme beslissing, want hij wordt net niet geschept door een tram. We mogen oversteken en een andere fietser spreekt de man op gemoedelijke toon aan: ‘Je kunt beter rustig doen, ook voor je eigen veiligheid.’ De boodschap komt niet aan en de ongeduldige man reageert agressief. Op dat moment besluit ik dat ik vaker een fietstocht ga maken. Even de stad uit, om los te raken van mijn eigen ongeduld. En me niet te laten afleiden door de drukte om me heen. Gelukkig zijn er nog veel meer bruggetjes, dijken en plaatsjes rond Amsterdam waar ik nog niet heb gefietst!